Beestjes

In deze pagina zijn de artikeltjes opgenomen die de betrekking hebben op het onderwaterleven dat een duiker zoal tegenkomt.
Als duiker ga je natuurlijk duiken om een aantal redenen: stilte, het zweven de gezelligheid(!) na de duik, maar uiteraard ook om iets te zien.
Het viel mij op dat veel duikers enthousiast uit het water komen, en 'een vis' of 'zo'n beestje', hebben gezien. Aangezien ik het onderwaterleven altijd al interessant heb gevonden, staan er bij mij thuis heel wat boeken en boekjes over vissen en onderwaterplanten.
Het idee werd dan ook al snel geboren om regelmatig iets te schrijven over een vissoort, of een waargenomen beestje tijdens een duik.
Hieronder staat een (aanklikbare) legenda van uitgebrachte stukjes.
Veel leesplezier!

!! Als je op een afbeelding klikt krijg je een ander artikeltje dan op de tekst (of een vergroting van de foto) !!
Onderwerp
De snoekbaars Snoekbaars
Regenboogforel De regenboogforel Regenboogforel
Blankvoorn blank- en rietvoorn Rietvoorn
(schele) pos Pos
zoetwaterpissebed
kleine- en grote modderkruiper
wolhandkrab
Baars Baars
Zoetwaterkreeft Zoetwaterkreeft
Voor heeeel bijzondere vissen klik
[HIER]
Voor meer zoet- en zoutwatervissen: Vissengids




De Snoekbaars

Uiteraard moet ik het deze keer wel over de snoekbaars hebben gezien de ervaringen in Vinkeveen met deze vis. De snoekbaars heeft in zijn uiterlijk iets van de baars en van de snoek, maar is géén kruising. De snoekbaars is een zelfstandige soort met zijn eigen leef- en eetgewoonte. Hij heeft op de rug net als de baars 1 stekelrugvin (de voorste) en als tweede een normale rugvin. Ook de zijstrepen en de puntige kieuwdeksels als van de baars zijn aanwezig. De overige kenmerken zijn weer 'afgekeken' van de snoek, zoals het langgerekte lichaam en de spitse snuit. De snoekbaars is een forse vis die een lengte van ± 90cm kan bereiken. Het is een roofvis die van het diepere en troebeler water houdt. Vissers noemen hem ook wel 'glasoog', want als er namelijk een gevangen is en je schijnt met een lampje op zijn ogen dan lichten deze net zo op als bij een kat in het donker, alleen zijn de ogen van een snoekbaars glazend wit. De ogen bezitten een lichtgevoelige laag wat de vis in staat stelt het kleine beetje licht water nog op diepte is te gebruiken om zijn prooi te besluipen. Het voedsel van de snoekbaars bestaat veelal uit bewegende beestjes van ±8 a 10cm groot. Deze beestjes kunnen levend of dood zijn dat maakt voor de snoekbaars niet uit, waardoor hij in het milieu tevens een 'opruimfuncie' heeft Hij ziet er met zijn scherpe snuit vervaarlijk uit maar is zeer schuw en behoedzaam waardoor je hem als duiker niet zo heel snel zult tegenkomen. Maar áls je hem tegenkomt is hij zeker de moeite waard !


Terug naar overzicht





De Regenboogforel

Deze keer een vis die men niet snel in Nederland verwacht tegen te komen tijdens een duik namelijk de regenboogforel. Een aantal mensen zullen de forel al kennen, alleen dan met een bruin krokant korstje eromheen, want de forel wordt voornamelijk voor de consumptie gekweekt. Omdat het een relatief sterke vissoort is wordt hij ook gekweekt voor de hengelsport, en daar profiteren wij duiker dan ook weer van mee! In het Oostvoornse meer bij Rotterdam zijn er door de visvereniging een aantal jaren geleden regenboogforellen Regenboogforel uitgezet, omdat gebleken is dat deze vis zich ook heel goed voelt in brak water. De vissen die toendertijd zijn uitgezet hebben nu een lengte van zo’n 50cm, en groeien nog steeds. Helaas planten ze zich niet voort, omdat de eitjes niet tegen het brakke water bestand zijn, en daardoor niet uitkomen. De visstand wordt op peil gehouden door ieder jaar nieuwe vissen uit te zetten, en bij vissers de beperking op te leggen dat alle gevangen vis direct weer teruggezet dient te worden. Een forel is een vis die van helder en zuurstofrijk water houdt. Net als de baars is de forel is een echte rover en alles wat beweegt en in zijn bek past wordt als lekkernij gezien.
Als kenmerk heeft een forel een zogenaamde ‘vetvin’. Dat is een heel klein vinnetje op zijn rug die tussen de staart en rugvin in zit. Ook is zijn hele lichaam bezaaid met zwarte stippen. De regenboogforel is heel gemakkelijk van andere forellen te onderscheiden doordat hij over zijn flank langs de zij-lijn een paarsachtige kleur heeft. Ook is zijn kop in verhouding tot zijn lichaam kleiner, maar dat verschil is alleen te herkennen door ‘de kenner’. Zoals dat bij heel veel vissoorten het geval is, leeft de forel is scholen tot hij ongeveer een lengte van 30-40 cm. heeft berijkt. In de boeken wordt er geschreven dat de regenboogforel geen terretoriumvis is, maar ik heb gemerkt dat er wel degelijk exemplaren zijn die er wel een terretorium op na houden, die je dan ook kunt ‘bezoeken’ tijdens de duik.


Terug naar overzicht




De blank- en rietvoorn

Het is ons tijdens de winterduiken opgevallen dat we verhoudingsgewijs veel ‘witvis’ zagen. Nu zullen velen van jullie verwachten dat dit ook een vissoort is, maar dat is niet het geval. De naam ‘witvis’ staat voor een groep vissen, vergelijkbaar met een familie. Afgelopen keren heb ik een aantal vissen uit de ‘familie’ roofvis beschreven. Daarom nu een paar ‘witvissen’.
Twee typische witvissen zijn de ruis- en blankvoorn. BlankvoornRietvoornDeze twee zoetwatervissen lijken in eerste instantie veel op elkaar, maar als je op de kenmerken let, zul je al snel in de gaten hebben met welke vis je van doen hebt.
Als je rond mei-juni één van deze vissen tegenkomt met allemaal witte bobbeltjes op- en rond zijn kop, dan is hij niet ziek, maar heeft dan ‘leguitslag’. Zo rond de maanden mei-juni kan het zijn dat je een vis tegenkomt waarvan het lijkt of hij enorme last heeft van jeugdpuistjes. Dit wordt dan ‘leguitslag’ genoemd, wat eigenlijk een verkeerde benaming is, want uiteraard legt legt het vrouwtje de eieren en niet het mannetje, maar toch heet dat zo.
Qua eetgewoonte hebben ze een grote overeenkomst, beide eten ze kleinere diertjes zoals watervlooien en slakjes. Door de stand van de bak eet de rietvoorn hoofdzakelijk dingen in de middelste en bovenwaterlaag, en eet de blankvoorn ook wel van de bodem. Beide vissen zijn echte scholenvissen die als ze jong zijn ook wel doorelkaar zwemmen. Je ziet tijdens het duiken in het voorjaar zelfs wel scholen jonge voorns met daartussen jonge baarsjes!


Terug naar overzicht





De (schele) pos

Marco heeft het al eenpaar keer gehad over de ‘posjes’ onder het wrakje in de Groene Heuvels. Nu zijn wij pas weer eens bij het wrakje geweest om te kijken of ze er inderdaad zaten. En wat bleek? er was geen posje te bekennen, want het wrakje was (net) verplaatst! De stofwolken hingen er nog omheen. En ja, dan is zo’n redelijk schuw visje natuurlijk niet meer in de buurt.
Een (schele) pos, is een klein visje wat een maximale lengte van zo’n 20 cm kan krijgen. en dan is het ook werkelijk een joekel! Meestal zie je ze van een lengte of 10 tot 15 cm. De pos lijkt qua bouw erg op een baars, alleen zijn de twee rugvinnen samengegroeid, en heeft de pos een plattere en witte buik. De hoofdkleur is bruin wat op zijn rug donker is en op de flanken naar de buik toe lichter wordt. En zoals de strepen van de baars heel opvallend zijn, lijkt het er bij de pos wel op of hij nog steeds last heeft van jeugdpuistjes maar dan in het zwart. De pos is een echt scholenvisje, wat voor vissers heel vervelend is (die vinden het maar een kleine lastpak, want als ze er een vangen volgen er meestal meer), is voor duikers weer heel leuk, want om tijdens een duik een schooltje vis te zien is toch iedere keer weer een verrassing.
Vissers noemen ‘m scheel, omdat de ogen van de pos min of meer schuin bovenin zijn kop zijn geplaatst, en als je dan van voren tegen de vis aankijkt is het net of hij met beide ogen een andere richting uitkijkt.
Met het eten is de pos niet zo heel kieskeurig, kleine kreefjes, watervlooien, waterspinnetjes en allerlei ander klein kruipend en vriemelend spul vind hij lekker. Het is een leuke vis om tegen te komen, ze zwemmen dan altijd wat zoekend rond op zoek naar iets lekkers, of ‘fladderen’ zomaar een beetje rond, maar zijn bijna altijd wel in beweging.


Terug naar overzicht





De zoetwaterpissebed

Twee weken geleden heb ik in de Grevelingen gedoken, en heb daar een zeenaald gezien. Nu is dat een beestje waar je echt naar op zoek moet, want anders zwem je hem zo voorbij. Het leek mij dan ook een mooi onderwerp voor de volgende plonskrant. Maar net nu ik met dit artikeltje wil beginnen, belt Marco mij op over van ales en nog wat. Hij vertelt dat ze tijdens de plonsdag een aantal kleine beestjes over de bodem hebben zien scharrelen, en dat het wel aardig zou zijn om daar iets over te schrijven. Nu hebben wij thuis een klein vijvertje waar ik volgens mij dezelfde beestjes in heb zien kruipen. Dus op zoek in de boeken, naar wat er nou eigenlijk op de waterbodem rondloopt. Een zoetwaterpissebed. Als je nu denkt dat hij er net zo uitziet als een landpissebed, zit je aardig goed. Enig verschil is er echter wel aanwezig. Eerst maar eens de overeenkomsten. Zo hebben beide soorten een geleed lichaam, en kruipen langs allerlei randen en oneffenheden. Ook hebben beide soorten veel poten (wel veertien stuks), alleen zijn die van de waterpissebed wat langer. Dit geeft hem gelijk de gelegenheid om (zij het wat onbeholpen) te zwemmen, wat ze echter niet veel doen. Ze eten oude bladeren, en ander organisch materiaal. Ook bij deze beestjes moet je oog er op vallen, want als je als snelle duiker door het water gaat zul je ze snel over hun kopje zien. (maar dat geldt eigenlijk voor veel meer zaken.) Als er in het water ook vis rondzwemt, wat in ons vijvertje niet het geval is want dan zou de vijver vol zijn, dan vormt de waterpissebed voor menig soort een lekker hapje. Als je tijdens een duik er eens op let, zul je trouwens nog verbaasd zijn over hoeveel klein vriemelend spul er rondkruipt. Zo zijn er ook nog haften (max. 25mm lang) en nimfen. (nee, nee, geen bevallige schone, maar een kriebelend beestje met veel pootjes) De haft kun je herkennen aan de driespriet staart en de nimf heeft een tweespriet staart. Nimfen zijn de larven van de steenvlieg, de haft is de larve van de eendagsvlieg. Beide soorten eten algen en ander plantaardig materiaal. Als dus tijdens een duik ook op dergelijk kleine beestjes let, is er echt iedere duik wat te ontdekken of te zien. Een saaie duik bestaat niet!


Terug naar overzicht





De kleine- en grote modderkruiper

Vorige keer zou ik in dit artikeltje de zeenaald behandelen, wat niet gebeurde omdat een aantal duikers tijdens een duik wat over bodem zag kriebelen (waren dus zoetwaterpissebedden). Ook nu schuift de zeenaald naar achteren, omdat de periode is aangebroken waarbij er veel nachtduiken gemaakt worden. Daarom deze keer een visje dat ik tot nu alleen nog maar tijdens een nachtduik heb gezien.
De kleine modderkruiper (zie foto) is een heel schuw visje, wat zich direct ingraaft als hij de omgeving even niet vertrouwt. Ik heb ze al in diverse plassen gezien, maar ook nu weer: je moet er wel op letten, en rustig duiken want anders zijn ze direct gevlucht. Als je ze van dichtbij wilt bekijken, zijn zelfs de luchtbellen van het uitademen al genoeg om hem te verjagen, dus: heeeeel voorzichtig uitademen zodra je er een ziet. Het is een heel guitig visje met kleine kraaloogjes, en 6 snordraadjes. Met die snordraadjes schuffeld hij dan over bodem, op zoek naar kleine insectenlarven en wormpjes. De kleine modderkruiper heeft ook nog een grotere broer die zo’n 25 cm. lang kan worden. Qua vorm ziet hij er bijna hetzelfde uit, maar het meest wijkt de tekening af. In plaats van vlekken heeft hij een gestreepte tekening. Dan is er ook nog het bermpje, die net zo groot is als de kleine modderkruiper, maar ook weer een afwijkende tekening heeft. Het bermpje heeft wel wat vlekken, maar zijn niet zo duidelijk te zien , en het bermpje is egaler bruin van kleur dan de kleine modderkruiper. En nu maar opletten tijdens een nachtduik of je ze kunt vinden, en dan ook nog uit elkaar kunt houden. In iedere geval veel nachtduikplezier toegewenst!



Terug naar overzicht





De Wolhandkrab

Zaterdag 7 april hadden Marco en ik (Lex) eens de gelegenheid om samen een funduik te maken. De duiklokatie zou de Groene Heuvels worden.
Eenmaal op de parkeerplaats aangekomen bleek dat deze al voor een groot deel bezet was, maar toch nog een plekje vrij vlak bij het toegangshek.
Na de gebruikelijke omkleedprocedure en buddycheck, gereed voor de duik. Het wrakje kreeg een bezoekje en op de terugweg zagen we ineens twee: krabben! En dan nog niet eens van die kleintjes, maar zeker wel met een schaaldiameter van een centimeter of 6 á 7. En dat in zoet water. Even later ontdekte Marco ook nog een kreeft, waarmee deze duik bijna op een 'Oosterscheldeduik' begon te lijken.
Natuurlijk leidde de bovengenoemde confrontatie met de krabben tot het nodige overleg. Nu weet ik van het bestaan van de 'Wolhandkrab'.
wolhandkrab Dat is een zoetwaterkrab die oorspronkelijk in de Chineese rijsvelden voorkwam, maar door scheepvaarders (waarschijnlijk in het ballastwater) naar Europa zijn gebracht, en zodoende in rivieren algemeen is. De exemplaren die ik tot nu toe gezien heb waren alleen bruin van kleur en hadden ook veel 'pluis' op hun scharen, en dat was bij de krabben die wij net gezien hebben niet het geval. De krabben die wij zagen waren bleek van kleur met normale scharen zonder begroeiïng van het een of ander.
Dus bij thuiskomst maar eens op het internet gekeken wat ik er over kon vinden (en vragen). Het blijkt dat veel meer duikers de krabben gezien hebben, en iedereen spreekt inderdaad over de wolhandkrab. Op een een of andere manier zijn deze beesten nu dus ook al doorgedrongen tot de plassen. Er is verder niet veel informatie te vinden dan dat het nachtdieren zijn die zich overdag terugtrekkken in een uitgegraven hol.
Zo zie je maar weer een ogenschijnlijk standaard duik kan uitmonden tot een 'unieke' duik. Benieuwd wat we de volgende duik weer beleven.


Terug naar overzicht





De Rivierkreeft

Vrijdagavond 9 juli eens de zevenhuizerplas geprobeerd voor een nachtduikje.
Een twee weken eerder waren we er al geweest, en toen viel het zicht eens een keertje mee.
Zo tussen een diepte van 3 - 12 meter hadden we toch wel een zicht van een meter of 3-4, iest dat voor zevenhuizen zeeeer goed is.
We konden toen ook heel goed de "overhangen" zien, die een inhamdiepte hebben van een goede 1,5 meter !
Erg oppassen dus als het zicht slecht is !
Affijn, wij ons klaar maken voor de nachtduik. Het water in en snorkelend door een groenkraag worstelend, komen we bij de overgang van groen / diepte. Daar rustig afgedaald, en direct constateren dat het zicht nu toch een heel stuk slechter is.
Op een diepte van een metertje of 4 ligt er een plateau waar het krioelt van de kleine jonge baarsjes.
Een baars is te herkennen aan een dubbele rugvin, waarvan de voorste stekels heeft. Op beide zijkanten heeft de baars vertikale donkere strepen.
Een baars is van jongsaf een rovertje. Alles wat beweegt en in zijn bek past zal opgegeten worden. Als ze klein zijn kunnen ze een school vormen van wel honderden bij elkaar. Als ze ouder worden worden dat er steeds minder, totdat ze uiteindelijk alleen leven. Een baars kan ongveer een lengte krijgen van 50 cm, maar eentje van 40 cm is toch ook al een hele "jongen".

In dezelfde duik waren er erg veel rivierkreeften op pad.
In de zijkant van de zandwanden zie allemaal gaten zitten, waarin ze zich overdag verbergen.
Erg leuk, is het stil boven zo'n kreeft te hangen en rustig te kijken hoe hij/zij de bodem afzoekt naar eetbaar spul.
De kreeften varieerden van een 8 tot 15 cm.
Benieuwd wat we de volgende duik weer beleven.



Terug naar overzicht